Werken is je zelf bewerken

 

Naast de dagelijkse arbeid voor ons levensonderhoud kennen we nog andere vormen van werk:

  1. Het “werken aan jezelf” om je innerlijke verhoudingen op te helderen en te proberen vriendschap met jezelf te sluiten. Wie het goed met zichzelf kan vinden, is ook beter opgewassen tegen andere uitdagingen
  2. Het “werken aan vriendschap”, want in de moderne tijd heeft deze op vertrouwen gebaseerde relatie bewuste aandacht en zorg nodig.
  3. Het “gezinswerk”, het moeilijke samenleven organiseren, het dagelijkse gezinsleven goed laten verlopen, kinderen opvoeden.
  4. Het “maatschappelijk werk”, het werk aan de samenleving in het klein. Wie dit werk doet, weet hoeveel zin en nut juist hier ervaren kan worden.
  5. Het “vrije tijd als werk, want niet alleen het doen (bezig zijn) , ook het niets doen (passief zijn) wordt een opgave. We leven in een tijd waarin je steeds bezig moet zijn.
  6. Van doorslaggevend belang is het werken aan zin, aan dat wat niet aan de oppervlakte ligt en onderwater opgespoord mag worden. Er is geen ruimte meer voor bezinning en nieuwe perspectieven te ontdekken.
  7. Vrijwilligerswerk in vele vormen bij gezondheidszorg, kerk, Rode Kruis, Zonnebloem, Verenigde Naties, ontwikkelingslanden.

 

Deze verschillende vormen van werk kennen 4 belangrijke pijlers die we zien in de letters van het woord WERK

Warmte, wens en wil om te werken, iets wat je graag doet. Zingeving.

      • De zingeving.
      • Waarom doe je dit werk?
      • Een wens kan je ook een doel noemen.
      • Je missie en visie die je bij dit werk hebt.
      • Is hier in de loop van de tijd verandering in gekomen?

ECHO van de EMOTIESveroorzaakt door het EGO tijdens het werk. Emoties zoals: je beleving van je werk, je gevoelens zoals lol in je werk, humor, inspiratie, irritatie etc.

      • Wat levert het je op aan genoegdoening zoals plezier, humor, harmonie? Welke situaties zijn dit waar zich dit voordoet? Noem eventueel een aantal anekdotes of voorbeelden
      • Komen er ook andere emoties om de hoek kijken zoals woede, irritatie, angst, onzekerheid, etc. Noem eventueel een aantal anekdotes of voorbeelden
      • Welke vervelende situaties doen zich voor? Wat doe je hieraan? Hoe zou dit voorkomen kunnen worden? Wat heb je hiervan geleerd? Noem eventueel een aantal anekdotes of voorbeelden

Emoties kunnen zijn: enthousiasme, opgewektheid, vreugde, zachtmoedigheid, zelfbeheersing, zelfvertrouwen, zorgzaamheid. Schuldgevoel, wraak, verbittering, irritatie, macht, trots, jaloezie, saaiheid, chagrijnig, wanhoop, verveling etc.

Relaties en communicatie om en rond het werk collega’s , directie, bestuur, klanten, leveranciers etc.

      • Hoe gaan we met elkaar om?
      • Op welke manier praten we met elkaar?
      • Of over elkaar en roddelen?
      • Welke normen en waarden vind je belangrijk in omgang met elkaar?

Waarden kunnen zijn:  Mededogen, behulpzaamheid, eerlijkheid, flexibiliteit. Geduld, loyaliteit, openheid, respect, onrechtvaardigheid of andere.

Kilheid van de KNAKEN en continuïteit van het bedrijf, de organisatie en het werk

      • Waarin zie je dat jouw werk verschilt van anderen?
      • Wat zijn de kwaliteiten van jouw organisatie?
      • Hoe zie je de toekomst voor jezelf en het bedrijf?
      • Hoe kijk je tegen de continuïteit aan? Wat kan je hieraan bijdragen?

 

 

BvB op Twitter